universeel-fobieen-script
AFSPRAAK maken Kinderen Hypnose

Kinderen tot 10 jaar € 75,00

kinderen vanaf 11 jaar t/m 18 jaar € 100,00

kinderen vanaf 19 jaar € 125,00

 

!

Kinderen en gedragsproblemen. Boosheid, onzekerheid, angst, slecht slapen of eten, welke ouder heeft daar niet mee te maken. Gelukkig is er hypnose. Een prettige, zachte en zeer effectieve manier om het kind te helpen zich beter te voelen en de harmonie weer te herstellen; thuis, op school of in andere situaties. Kinderen vinden hypnose erg leuk en meestal is één sessie voldoende om het probleem definitief op te lossen.

Tussen het bewustzijn en het onderbewustzijn zit een kritische factor. Die bepaalt welke binnenkomende informatie wordt geaccepteerd en opgeslagen en welke niet. Zie het als een firewall die je harde schijf beschermt. Kinderen tot ca. 8 jaar hebben geen kritische factor. Alle informatie die binnenkomt wordt klakkeloos aangenomen. Het is daarom van belang om zeer zorgvuldig om te gaan met een jong kind, het kan gemakkelijk schade oplopen die ook later in het leven voor problemen kan gaan zorgen.

Bij kinderen ouder dan 7 jaar  zijn al overtuigingen opgeslagen in het onderbewustzijn, die worden beschermd door de kritische factor. Deze kinderen zijn niet erg beïnvloedbaar meer. Praten met het kind over zijn of haar gedrag/problemen is altijd goed, maar de overtuiging (bijvoorbeeld ‘ik ben niet waardevol’, ‘ik kan niks’) zit vast in het onderbewustzijn. Hypnose kan die overtuigingen veranderen en het kind zich zelfverzekerd, krachtig, kalm en waardevol laten voelen.

In de tiener-/pubertijd krijgt het kind te maken met grote omwentelingen in het leven. Hormonen gieren en de onzekerheid slaat toe: “wie ben ik nu eigenlijk”. Afzetten tegen ouders, de maatschappij en school hoort daar soms een beetje bij. Het kind gaat zich losmaken op weg naar volwassenheid. Voor een puber is deze tijd heftig maar voor de ouders zeker ook. Hypnose kan enorm helpen bijvoorbeeld bij de gevolgen van pesten, neerslachtigheid, of ernstiger: zelfmoordgedachten, studieverbetering, examenvrees of zelfvertrouwen.

Hypnose Praktijk Limburg is gespecialiseerd in hypnose bij kinderen van 8 tot 18 jaar. Denk daarbij aan zaken als bijvoorbeeld:

- Scheiding van de ouders
- Trauma
- Misbruik
- Gepest worden/pesten, of de gevolgen daarvan
- Boosheid
- ADHD/ADD
- Onzekerheid/faalangst
- Pijn
- Angst (tandarts, prikjes, spoken, honden, verstikking)
- Slaapproblemen, Slaapstoornis
- Eetproblemen
- Reisziekte
- Heimwee
- Rouwverwerking
- Allergieën/overgevoeligheid
- Huidproblemen

- Onbegrepen lichamelijke klachten waarbij onderliggende aandoeningen zijn uitgesloten; 

- Functionele klachten, waarbij lichamelijke aandoeningen zijn uitgesloten, zoals buikpijn, hoofdpijn en/of   hyperventilatie; 

- Angst, bijvoorbeeld voor duiken door het ‘gat’,  voor examen, insecten enz.;
- Pijn, te weten acuut (bloed prikken, tandarts, enz.);
- Chronisch met name rugpijn en oncologische pijn (= pijn bij kanker);

- Aandoeningen die onvoldoende reageren op standaard behandeling zoals:
- enuresis nocturna ( = bedplassen);
- encropesis (= onvrijwillig verlies van ontlasting);
- astma, eczeem en allergie;

- Concentratie problemen;
- Gebrek aan zelfvertrouwen, faalangst;

- Gedragsproblematiek;

Tics.

!

Angst bij kinderen

Angst is een emotie veroorzaakt door een waargenomen of beleefde bedreiging en die meestal leidt tot een vermijding of ontwijking daarvan. Angst wordt beschouwd als een basaal overlevingsmechanisme, als reactie op een specifieke prikkel, zoals pijn of dreiging van gevaar. Dit laatste kan een confrontatie met die prikkel of juist een ontwijking daarvan (een vecht-of-vluchtreactie) tot gevolg hebben. Bij extreme vormen van angst kan verstarring optreden: men is dan als het ware ‘verlamd door angst’.

Eetstoornis bij kinderen

Een eetstoornis is een psychische aandoening, een afwijking van het normale eetgedrag behorend bij de leeftijd, het geslacht, en dergelijke. Het probleem kan zich bevinden in de hoeveelheid voedsel die iemand tot zich neemt (te veel of te weinig), in eetaanvallen, in het uitbraken van voedsel (met als doel gewichtscontrole), in voedselweigering, ...

Indien de betroffene lijdt aan overeten, ontstaat het risico van obesitas (vetzucht).

In het handboek Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders zijn twee eetstoornissen beschreven:

  • Anorexia nervosa (magerzucht): men zal er alles aan doen om heimelijk wegen te vinden niet te hoeven eten.
  • Boulimia nervosa: men is sterk geobsedeerd om heimelijk veel te eten en dit kort daarna weer uit te braken, of te laxeren.

Afhankelijk van de effectiviteit van braken of laxeren zal de betroffene in gewicht afnemen of toenemen. Verder wordt in het handboek ook nog melding gemaakt van een restgroep: eetstoornis niet anderszins omschreven. Hieronder vallen stoornissen die wel afwijkingen van het eetgedrag betreffen, maar niet onder de bovenstaande ziektebeelden vallen.

In appendix B van het DSM-IV (voorgestelde onderzoekscriteria) is ook nog sprake van de eetbuistoornis (Binge Eating Disorder): Deze eetstoornis heeft grote overeenkomsten met boulimia nervosa doordat de betrokkene aan eetbuien lijdt, maar het compensatiegedrag (braken etc.) ontbreekt. Als gevolg hiervan kan de patiënt gewichtproblemen ontwikkelen. Dit kan vervolgens weer tot lichamelijke en psychische klachten leiden.

(Nog) niet in het het DSM-IV vermeld, maar wel in onderzoek, is de aandoening orthorexia nervosa, die zich kenmerkt door een obsessie voor de gezondheid van het voedsel.

Volgens psycholoog Tatjana van Strien komen eetbuien veel voor bij mensen die lijnen. Abnormaal eetgedrag onderscheidt men in emotioneel eetgedrag (eten wanneer men zich rot voelt, of eten voor de gezelligheid) en extern eetgedrag (eten terwijl men geen honger heeft, maar naar aanleiding van een externe aanleiding). Volgens haar hebben beide categorieën baat bij psychologische hulp alvorens te gaan lijnen.

Bij kinderen komt een aantal speciale eetstoornissen voor, bijvoorbeeld pica en ruminatiestoornis.

Een andere eetstoornis is de selectieve eetstoornis waarbij men heel kieskeurig is over wat men wel en niet eet. Aan het televisieprogramma Farm of Fussy Eaters deden enkele mensen met deze eetstoornis mee.

Mogelijke oorzaken voor een eetstoornis[1]

De oorzaken voor een eetstoornis kunnen op verschillende manieren uitgelegd worden.

1. Naargelang het tijdstip van ontwikkeling kunnen voorbeschikkende, uitlokkende of in stand houdende factoren onderscheiden worden.

Voorbeschikkende factoren zijn vooral terug te vinden bij mensen die in hun persoonlijkheid meer kwetsbaar zijn (bv. angstig, weinig zelfvertrouwen, erg perfectionistisch, behoefte aan controle over het leven). Het gezin kan invloed hebben wanneer er bijvoorbeeld weinig over emoties gepraat wordt of als er veel ruzies leven. De maatschappij kan als voorbeschikkende factor invloed hebben doordat vrouwen meer bestookt worden met zogenaamde ideale maten. Daarnaast komen ook tegenstrijdige verwachtingen naar boven, zoals sterk zijn (in de buitenwereld) tegenover zorgzaamheid (in het huisgezin).

Uitlokkende factoren doen zich voor bij bijvoorbeeld het overlijden van een dierbare of bij opmerkingen over het uiterlijk. Voor wie al kwetsbaar is, kunnen zulke gebeurtenissen er net te veel aan zijn en verhogen zij het risico van een eetstoornis.

In stand houdende factoren zijn omstandigheden waardoor de betrokkene aan de eetstoornis blijft lijden. Zo brengt een eetstoornis tal van fysische processen op gang, met emotionele en cognitieve problemen tot gevolg, die de eerstoornis nog versterken. Soms gaat een patiënt over tot compenserende maatregelen zoals vasten of overdadig sporten, waardoor het hongergevoel vaak te sterk op de proef wordt gesteld, met nadien een verhoogde kans op eetbuien.

2. Eetstoornissen kunnen ook ingedeeld worden naargelang het niveau waarop beïnvloedende factoren meespelen.

Op microniveau gaat het om factoren die binnen de persoon spelen, met name lichamelijke, psychologische en/of persoonlijkheidselementen. Lichamelijke factoren kunnen zich voordoen op hormonaal vlak. Het huishoudingsysteem van het lichaam wordt uit balans gebracht. Een menstruatie kan ook langer uitblijven. In welke mate genetische voorbeschiktheid een invloed heeft, is uit onderzoek momenteel nog altijd niet helemaal duidelijk. Psychische gevolgen van een eetstoornis zijn bijvoorbeeld meer rigide denken of depressieve neigingen. Ook hebben patiënten vaker de neiging tot dwangneuroses, zoals het vasthouden aan een al te sterke dagstructuur of aan vaste voedingsmiddelen. Persoonlijkheidsfactoren zijn mogelijk een lagere zelfwaardering, onvrede met het eigen uiterlijk of traumatische belevenissen in het verleden.

Op mesoniveau gaat het om de interactie tussen mensen. Het gaat dan vooral om de druk die een betrokkene voelt in communicatie met medemensen. Mogelijk ook kan een patiënt moeilijker omgaan met ruzies of het opkomen voor een eigen mening.

Op macroniveau gaat het om maatschappelijke of culturele factoren. In de Westerse samenleving gaat het vaak om een slankheidsideaal versus overconsumptie.

Vanuit de anonieme overeters wordt de directe aanleiding van een overdadige eetbui of een voedselweigering toegeschreven aan een hongergevoel, aan boosheid, aan een gevoel van eenzaamheid of aan vermoeidheid.

Samengevat, een eetstoornis komt vaker voor bij patiënten met verhoogd risico van kwetsbaarheid of bovengemiddeld weerbaarheidsgebrek. De stressbestendigheid bij deze mensen is kleiner, waardoor omstandigheden van binnenaf (interpretaties en eigengevoel) of buitenuit (omgevingsfactoren) sneller subjectief als belastend worden ervaren.

Voor veel patiënten bestaat een behandeling dan ook uit een combinatie van herstel van het voedingspatroon met cognitieve gedragstherapie en psychologische ondersteuning voor de verwerking van eventueel slecht verwerkte levenservaringen

kind en ADHD

ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Het wordt ook wel aandachtstekort-hyperkinetische stoornis of aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis genoemd.

Het "aandachtstekort" slaat niet op onvoldoende aandacht krijgen. Wel kan iemand met ADHD onvoldoende aandacht schenken aan zijn of haar omgeving. Daardoor is het niet goed mogelijk om de aandacht bij één ding tegelijk te houden (concentratiegebrek). Een ADHD'er wordt snel afgeleid.

Hyperactiviteit kan zich uiten door lichamelijke onrust, maar ook door innerlijke onrust en impulsiviteit. Bij hyperactiviteit kan er ook sprake zijn van overmatige beweeglijkheid. Deze beweeglijkheid is door ADHD'ers vaak moeilijk te onderdrukken. Sommige ADHD'ers lijken zelf weinig tot niet bewust van hun eigen beweeglijkheid tot hen hierop gewezen wordt. De mate en manier van beweeglijkheid is voor elke ADHD'er verschillend. Sommigen maken voornamelijk grote bewegingen met benen of armen, sommigen friemelen meer met de vingers en handen. De beweeglijkheid kan in verschillende situaties ontstaan of verergeren. Over het algemeen zijn dat situaties met stress of een drukke omgeving (een situatie waarin veel prikkels moeten worden verwerkt).

Impulsiviteit ontstaat doordat te veel indrukken worden gevolgd door bijbehorend handelen. De handelingen moeten direct plaatsvinden en kunnen niet worden uitgesteld. Handelingen die eenmaal in gang zijn gebracht kunnen niet meer worden gestopt en moeten eerst worden afgemaakt. Er kan vaak minder goed onderscheid worden gemaakt tussen belangrijke en minder belangrijke zaken. Bij taken worden dan verkeerde prioriteiten gelegd.

Het voortdurend reageren op de omgeving en gevolg geven aan impulsen veroorzaakt het kenmerkende drukke gedrag van personen met ADHD.

 

Agressief gedrag bij Kinderen

Agressie kan ook anders worden gedefinieerd: als een gerichte kwaadheid die juist het belang van een effectieve communicatie kan dienen. Deze kan juist destructieve handelingen voorkomen. In de biologie is dat onderscheid duidelijk, daar wordt destructief gedrag tussen soortgenoten dikwijls voorkomen door agressiviteit. Op de website www.gezondheid.be is bijvoorbeeld de volgende benadering van agressiviteit te vinden: Elk kind heeft een gezonde dosis agressie en geweld nodig om zijn leefwereld te ontdekken en om bij te leren. Groeien is ook opkomen voor jezelf, zorgen dat anderen je respecteren. De levensenergie die een kind daarvoor aanspreekt, kan ook schade berokkenen. In dat geval spreken we van geweld: scheldpartijen, vechten, dreigen, spuwen, trappen.
bedplassen

Bedplassen bij kinderen

Bedplassen ( vanaf nu droog wakker worden)

Enuresis nocturna of enuresis is het onwillekeurig urineren door kinderen, meestal tijdens de slaap. Het verschijnsel wordt ook wel bedplassen of bedwateren genoemd.

Normaal krijgen kinderen tijdens hun ontwikkeling steeds meer beheersing over hun blaas vanaf het moment dat hun ouders hen leren zindelijk te zijn. Meestal hebben kinderen vanaf de leeftijd van vijf jaar geen last meer van bedwateren. Het komt echter voor dat het bedplassen ook na die leeftijd nog blijft doorgaan. Men spreekt dan van primaire enurese. Als het kind al een tijd zindelijk is geweest en daarna weer gaat bedplassen, noemt men dit secundaire enurese. In dit laatste geval kan er sprake zijn van urineweginfecties, suikerziekte of algemene ziekte, maar er kan ook sprake zijn van stress.

examen-zonder-vrees

Examenvrees voor jeugd en kinderen

  • Hypnose om van je examenvrees af te komen op een rijtje.
  • In 1 a 2 sessies van examenvrees af
  • het geheugen verbetert, stof wordt makkelijker opgenomen en gereproduceerd
  • leer je te ontspannen op elk gewenst moment
  • je vrijheid en controle weer helemaal terug
  • Examen doen voor kinderen en jeugd tot en met 18 jaar zodat ze rustig en kalm in het klaslokaal zitten.

    Examenvrees is de angst om te zakken voor een examen, toets of overhoring.

    Voorbeelden van examenvrees zijn de angst voor het eindexamen van de middelbare school en de angst voor het rijexamen. Deze angst uit zich in negatieve gedachten en stress. Een beetje spanning voor een voor een examen kan nuttig zijn. Het zorgt voor de noodzakelijke alertheid en concentratie. Op het moment dat het van gezonde spanning doorslaat naar angst is er sprake van examenvrees. Op dat moment overheersen de negatieve gedachten en de stress. De examenvrees zorgt ervoor dat de gerichtheid op de vrees groter wordt dan op het examen. De kans om te zakken voor het examen wordt hierdoor vergroot. Dit zorgt ervoor dat de negatieve gedachten bevestigd worden en zo ontstaat er een vicieuze cirkel. Examenvrees kan behandeld worden door de oorzaak van de angst op te sporen en deze te reduceren.

    Examenvrees

    Herken je dit? Je hebt goed geleerd voor je examen, maar je bent bang dat je het niet zal halen. Bang dat je straks niets meer weet. Een beetje nerveus zijn is prima, maar als je angstig bent is dat niet prima. Je slaapt er slecht van en je hebt een knoop in je maag. Je voelt je niet opgewassen tegen het examen.

    Er is goed nieuws voor je! Met hypnose kan examenvrees verholpen worden.

    Hypnose Hoogerheide en examenvreesMet hypnose kun je gemakkelijk je gevoel en je gedrag veranderen. Waardoor je niet meer angstig bent en ontspannen examen kunt doen. Lijkt dat je niet heerlijk?

    Hoe werkt hypnose bij examenvrees?
    Met hypnose wordt op drie fronten je angst voor het examen aangepakt.

    1. je geheugen wordt verbeterd, het wordt gemakkelijker om de stof die je hebt geleerd te reproduceren
    2. in hypnose wordt het denkkader veranderd. De angst voor het examen wordt als het ware uitgewist, volledig weggenomen
    3. in hypnose leer je hoe je rustig kunt blijven en ontspanning op te roepen wanneer je dat nodig hebt

     

     

    Gedragsproblemen bij kinderen

    Een gedragsstoornis is in de kinder- en jeugdpsychiatrie een psychiatrisch ziektebeeld bij kinderen. Wanneer afwijkend gedrag gestuurd wordt vanuit de aanleg (erfelijkheid of aangeboren afwijking), spreekt men van gedragsstoornis. Wanneer men de oorzaak echter situeert in de omgeving, spreekt men van een gedragsprobleem. De stoornissen maken deel uit van de ontwikkelingsstoornissen.

    Er treedt vaak een mengeling op van stoornis en probleem. Een strikte scheiding is moeilijk te maken. De stoornis manifesteert zich door probleemgedrag dat meestal eerder door de omgeving dan door het kind zelf als hinderlijk wordt ervaren. De omgeving is veelal de voornaamste hulpvrager.

    De Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-IV-TR onderscheidt:

    Aandachtstekort

    Wanneer een kind minstens 6 maanden impulsief en hyperactief gedrag vertoont, spreekt men van een aandachtstekort-stoornis, impulsiviteit of hyperactiviteit.

    Wie deze diagnose krijgt of stelt moet weten dat er geen algemeen aanvaarde psychologische of neurofysiologische test is waarmee de diagnose ADHD eenduidig vast te stellen is.

    Prestatieverbetering (school, sport, werk enz.)

    Prestatieverbetering (school, sport, werk enz.) voor kinderen

    Een prestatie is het volbrengen van een gesteld doel of verplichting. Het begrip prestatie wordt in verschillende contexten gebruikt, onder andere in de psychologie, de sport, de economie, het bedrijfsleven, bepaalde beroepen en het onderwijs. De beste prestatie op een bepaald gebied wordt wel een record genoemd. In de economie refereert 'prestatie' vooral aan het produceren van een dienst of goed.

    In de gedragswetenschappen wordt prestatie meestal gekoppeld aan motivatie, dat wil zeggen, de impliciete of expliciete wil om een bepaald doel te bereiken.

    Kinderen en Hypnose

    Als kind geloof je alles wat ouderen tegen je zeggen, maar dat hoeft niet altijd waar te zijn, leg alle negatieve dingen die anderen tegen je zeggen of doen naast je neer.

    Kind verbetering zelfbeeld

    Kind verbetering Zelfbeeld ( Help het zelfbeeld van uw kind verbeteren)

    het verbeteren van de prestaties, het zelfvertrouwen van het kind en meer zelfverzekerd overkomen bij anderen.